|
There are no translations available.
Onze bevrijding
Persoonlijk verhaal van Theo van der Mijden uit Best
September 1944 Ik ben dan 12 jaar. Wij wonen halverwege de dorpskom van Best en het Wilhelminakanaal, even ten westen van de Boschdijk, de hoofdweg Eindhoven – Den Bosch (een van de weinige verharde wegen in Best). Het oorlogsfront komt dichterbij, het geallieerde bevrijdingsleger is bijna bij de Belgische grens onder Valkenswaard. Er hangt een gespannen sfeer, we horen de explosies als de Duitsers militaire installaties op het vliegveld opblazen. De avondklok is vervroegd van 22.00 naar 20.00 uur en samenscholingen zijn ten strengste verboden. Samen met onze Duitse buurman hebben we een schuilkelder gebouwd. Grotendeels onder de grond, met twee haakse uitgangen voor de veiligheid en een dak van hout met een dikke laag zand erop.
Zondag 17 september Op de hei vlakbij zijn veel Duitse soldaten gekomen met 88mm Flak – en 20 mm kanonnen. De bruggen over het Wilhelminakanaal zijn ondermijnd met dynamiet en er staan wachtposten op. De bewoners bij de verkeersbrug zijn door de Duitsers weggestuurd. Mijn oudste broers Wim en Rinus zijn met een aantal andere jongemannen aan het werk aan Duitse verdedigingswerken bij het kanaal, alles met de schop. Via aanplakbiljetten was bevel gegeven zich voor het werk te melden maar ook werden ze door de Duitsers gewoon van straat geplukt. In de voormiddag vallen er bommen in de bossen richting Son. Vrijwel direct daarna worden de Duitsers op de hei aangevallen door dubbelstaartige vliegtuigen van het type Lockheed Lightning’s P38, het wordt nu echt gevaarlijk!
Een poos later is er een zacht en vreemd gebrom in de verte vanuit de richting Aarle. Het wordt zwaarder, luider en komt dichterbij en daar komt een grote groep vliegtuigen in zicht. Heel langzaam maar gestaag vliegt een armada grote vliegtuigen heel laag over het dorp richting Son, een fantastisch gezicht! Er wordt geen schot gelost. De Duitsers kunnen er niet bij, of ze zijn mogelijk toch verrast. Achter de bossen landt een grote groep parachutisten. Een Eindhovense passant roept dansend en juichend: “de Tommies komen; dat zijn onze bevrijders”, goed dat de Duitsers hem niet zien…. Een volgende groep vliegtuigen komt wel binnen schootsbereik van de Duitsers, dan breekt de hel los, ze schieten met alles wat ze hebben, veel, hard en schel. We vluchten de schuilkelder in en de meesten zullen er een paar dagen vrijwel niet uitkomen. Als het weer stil wordt vertrekt de Eindhovenaar, hij is te voet en zal proberen om nog over de bewaakte brug te komen. Wim en Rinus konden tijdens de luchtaanval een veilige schuilplaats vinden, ze zijn daarna bij het kanaal weggevlucht en ongedeerd thuisgekomen. De avond en nacht zijn rustig, groepjes Duitsers trekken richting Boschdijk en de Sonse bossen. Maandagmorgen vroeg beginnen langdurige gevechten aan de andere kant van de Boschdijk een paar honderd meter bij ons vandaan. De Duitsers zijn gevaarlijk. Als Wim en Rinus tijdens een gevechtspauze in huis eten halen en even op straat gaan kijken, worden ze beschoten. Ze duiken de schuilkelder weer in met wat koude aardappels en appelmoes. We durven de koeien van boer Hollanders in de wei naast ons huis niet te gaan melken, te gevaarlijk, uiteindelijk zal slechts één koe het overleven. Twee man Duitse militaire veldpolitie met blinkende schilden op hun borst bespieden met kijkers vanachter onze schuilkelder hun eigen mensen in de frontlijn bij de Boschdijk, die hebben dus de vijand voor zich en de politie achter. ’s Middags laaien de gevechten weer op, heviger nu en dichterbij, in de tuinen van Strijbosch (2) en Aarts (4), zij zitten er middenin. Het huis van Aarts brandt af en die maandag horen we de verkeersbrug en de spoorbrug springen, ’s avonds wordt het weer stil. Bij Strijbosch ligt een zwaar gewonde Duitse soldaat niet ver van hun schuilkelder, ze geven hem drinken maar durven hem niet binnen te halen. ’s Morgens is hij dood, familiefoto’s liggen naast hem.
Dinsdag 18 september Er zijn nog meer Duitsers gekomen. Als het schieten weer begint vlucht de familie Strijbosch, te voet. Het gezin met nog jonge kinderen zal uiteindelijk in Oisterwijk terecht komen. De gevechten worden zwaarder en komen nu erg dichtbij. De familie Stabel is uit hun huis gevlucht, ze hebben geen schuilkelder en zitten nu in de open loopgraaf van onze ‘jongens soldatenclub’. Als we hen wenken komen ze snel één voor één onze schuilkelder in. Het wordt wel vol met z’n vijftienen, goed dat de familie Vervoort, hun buren, al eerder zijn vertrokken. Er is een klein stukje lucht te zien en takken van een appelboom waar de kogels doorheen fluiten.
Het schieten wordt heviger, we zitten er nu middenin. Het huizenblok van Stabel/Vervoort staat in brand. Buurvrouw wil je nog eens bidden? Wees gegroet Maria vol van genade de Heer is met U ………….. Zware ontploffingen de grond trilt zo dat het beter is om niet met je rug tegen de wand te leunen. Een enorm kabaal, het houdt maar aan. En dan is het ineens stil, een paar schoten nog en dan stil, onwezenlijk stil. Er wordt zachtjes gepraat en voorzichtig rondgekeken. Er staat een tank op de wei met een Amerikaanse ster en nog een tweede, vaag te zien door de takken. Op de wegkruising vinden we later granaathulzen van een derde tank. Het blijft geheimzinnig stil: wat doen die tanks daar, bespieden ze de omgeving? Ineens starten de motoren weer en zwaar ronkend vertrekken ze noordwaarts waar ze in een fatale Duitse hinderlaag zullen rijden.
Er komt een vreemde soldaat achterom, een Amerikaanse parachutist in zijn eentje, je moet maar lef hebben. Samen met mijn vader doorzoekt hij het huis op achtergebleven Duitsers, ze verstaan elkaar niet maar gebaren zijn toereikend. Er zijn geen Duitsers meer maar ze hebben wel munitie en handgranaten in huis achtergelaten. Een tweede verkenner komt door de achtertuin. Dan komen op straat groepjes para’s voorbij in korte rijtjes van een man of tien in ganzenpas achter elkaar. Vreemde soldaten met korte geweren, zwijgend en oplettend. Ook wij zijn vreemden voor hen en zien er na dagen in de schuilkelder niet fris meer uit. De laatste man van een groepje draait zich ineens om en gooit een pakje sigaretten, dat breekt de spanning. Ze doorzoeken het voorterrein en nemen posities in bij de wegkruising. De eerste dode Duitser ligt bij de kruising in de sloot, half bedolven onder het zand met zijn gezicht omhoog. Dood of levend overreden door een tank. Het woonblok van Stabel/Vervoort is geheel afgebrand, de bijgebouwen branden nog. Een aantal para’s neemt een rustpauze bij ons achter op de plaats, gewonden worden verzorgd en ze maken radiocontact waar we niets van verstaan. En ze zijn voorzichtig. De eerste die binnen bidons laat vullen met water gaat met zijn geweer in de arm in de hoek van de keuken staan. Een volgende met rossige stoppelbaard in dezelfde hoek met een revolver in zijn hand. Als ik heel voorzichtig de bidons aanpak steekt hij de revolver met een glimlach weg. Er komt een rij Duitse krijgsgevangenen achterlangs, vuil en verfomfaaid, handen op het hoofd en sommige gewond, een para voorop en een erachter. Een Amerikaan wil meer informatie maar niemand van ons spreekt Engels, hij gaat mee naar boven en bestudeerd de omgeving door een kijker. ’s Avonds in de schuilkelder horen we het bombardement van Eindhoven en denken dat Eindhoven nog bevrijd moet worden. Die nacht blijft het stil….
Woensdagmorgen 20 september De Amerikanen zijn weg, we zitten in niemandsland, wat nu? Besloten wordt richting Son te trekken, de Duitsers konden wel eens terugkomen. Gauw nog een oven roggebrood gebakken waarin het zout wordt vergeten. ’s Middags vertrekken we met nog wat families uit de buurt te voet door de bossen langs het Langven richting Son. Kort voor het Oud Meer zien we de Amerikanen weer. Ze zitten verscholen in de bosrand en laten ons ongemoeid passeren. Verderop worden we opgevangen en naar de destructor gestuurd, er zitten nog Duitsers in de bossen. We worden ondergebracht in een bedrijfsgarage waar al meer buurtgenoten zijn, het is primitief maar we zitten droog. Op een avond tijdens het bidden van het ‘rozenhoedje’ (destijds gebruikelijk maar in nood werd extra gebeden), wordt de garagedeur een klein stukje opengeschoven en een Duitse soldaat schuift naar binnen. Verwaarloosd, angstig en met een halve kuch onder de arm gaat hij voorzichtig op een bank zitten. Hij reageert niet op vragen, is gewoon bang. Gewaarschuwde Amerikanen halen hem op, de oorlog is voor hem voorbij. Er is eten nodig en in de uitgevallen vriescellen van de Bestse boterfabriek hangt vlees wat dreigt te bederven. Een Bestenaar gaat met Amerikanen mee om de weg te wijzen, ze komen terug met een aanhanger halve varkens. Verspreid in de bossen liggen gesneuvelde Duitse soldaten en achtergelaten Duitse en Nederlandse fietsen. Een Amerikaanse jeep stopt even bij de wachtpost op de dijk bij de fabriek, op de aanhanger liggen gesneuvelde Amerikanen. Zij betaalden de hoogste prijs voor onze vrijheid. Na een aantal dagen gaat mijn vader met mijn oudste broers en Kees en Toon Stabel terug naar ons huis in het bevrijde deel van Best. Het is nog niet helemaal veilig, ze zullen later zien hoe de spits van de kerktoren door de Duitsers eraf wordt geschoten. Moeder, mijn derde broer Cor, zus Ludie en ik steken het kanaal over op een door Engelse soldaten geïmproviseerd pontje van aan elkaar gebonden olievaten. We gaan te voet op weg naar Eindhoven en komen daar terecht bij de familie Gewin in de Edisonstraat: een echtpaar zonder kinderen met een groot huis. Eindelijk weer een lekker bed! Na een aantal weken mogen we terug naar huis. Het is nog stil in Best. Gesneuvelde Duitsers liggen nog in het open veld.
Theo van der Mijden Best
Klik hier voor het openen van de bijlages
Bijlage 1: Gevechtsterrein van de 101 Airborne Division ten noorden van de verkeersbrug in Best op 17 t/m 19 september 1944 Bijlage 2: Legenda Bijlage 3: Dubbelstaartige Lockheed P38J. Lighting
|